Zendtijd voor Kerken


bestellenstreepje contactstreepje www.calvijnherdenking.nlstreepje overige uitzendingenstreepje  vergrotenlettergrootte klein lettergrootte normaal lettergrootte Groot
fotosonsofkorahsite_220px.jpg
7 maart 2010, 11.00 nederland 2

ROL VAN DE PSALMEN IN HET LEVEN VAN JEZUS

Sons of Korah met eigentijdse Psalmen

ds. Johan Plug
http://www.sonsofkorah.nl

bekijk
bestel informatie
reageren? - (4)

RSS(XML)

bijbeltekst:   Psalm 27



Liturgie
Sons of Korah: Psalm 99 (The LORD reigns)
Welkom
Interview met ds. J. Plug
Sons of Korah: Psalm 30 (I will exalt you, O LORD my God)
Gebed
Sons of Korah: Psalm 84 (How lovely is your dwelling place O LORD)
Sons of Korah: Psalm 100 (Shout to the LORD, all the earth)
Ds. J. Plug bij de Damascuspoort
Schriftlezing: Psalm 27
Sons of Korah: Psalm 27 (One thing)
Meditatie
Gebed
Sons of Korah: Psalm 117 (All you peoples. All you nations)
Slotwoord
Sons of Korah: Psalm 91 (He who dwells in the shelter of the Most High)

Gebed
Heer onze God in de hemel, op deze zondagochtend ontmoeten we elkaar in Jeruzalem. Een plek waar U al sinds duizenden jaren mensen hebt willen ontmoeten de Bijbel door. Ik wil nu bidden dat iedereen die vanmorgen deze uitzending bekijkt, mag merken dat U er werkelijk bent, ook voor hem, ook voor haar. Ik bid voor hen die hun leven lang naar de kerk gingen, maar dat nu niet meer kunnen. Ik bid voor hen die niet weten hoe ze zich ertoe moeten zetten. Ik bid voor hen die het eigenlijk niet meer willen. Ik bid voor mezelf en voor al die mensen om mij heen, Jood en Arabier, christen of niet, dat U ons zegent en dat we een zegen voor elkaar zullen zijn. Dank dat U ons de Bijbel geeft. Dank dat in Uw Bijbel ook dat liedboek van Uw oude verbondsvolk Israel staat, het boek van de psalmen. Het is een zegen geweest voor ontelbaar veel mensen. Geef alstublieft dat het vanmorgen ook voor ons een zegen mag zijn. Geef dat we door de kracht van Uw Heilige Geest, in de liefde van Jezus Christus, geraakt mogen worden, U te eren in ons leven. Amen.

Schriftlezing: Psalm 27
1 Van David.

De HEER is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de HEER is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

2 Kwaadwilligen kwamen op mij af
om mij levend te verslinden,
mijn vijanden belaagden mij,
maar zij struikelden, zij vielen.

3 Al trok een leger tegen mij op,
mijn hart zou onbevreesd zijn,
al woedde er een oorlog tegen mij,
nog zou ik mij veilig weten.

4 Ik vraag aan de HEER één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de HEER
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de HEER te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel.

5 Hij laat mij schuilen onder zijn dak
op de dag van het kwaad,
hij verbergt mij veilig in zijn tent,
hij tilt mij hoog op een rots.

6 Daarom heft zich mijn hoofd
fier boven de vijanden rondom mij,
ik wil offers brengen in zijn tent,
hem juichend offers brengen,
ik wil zingen en spelen voor de HEER.

7 Hoor mij, HEER, als ik tot u roep,
wees genadig en antwoord mij.
8 Mijn hart zegt u na:
‘Zoek mijn nabijheid!’
Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken,
9 verberg uw gelaat niet voor mij,
wijs uw dienaar niet af in uw toorn.

U bent mij altijd tot hulp geweest,
verstoot mij niet, verlaat mij niet,
God, mijn behoud.
10 Al verlaten mij vader en moeder,
de HEER neemt mij liefdevol aan.

11 Wijs mij uw weg, HEER,
leid mij op een effen pad,
bescherm mij tegen mijn vijanden,
12 lever mij niet uit aan mijn belagers.
Valse getuigen staan tegen mij op
en dreigen met geweld.

13 Mag ik niet verwachten
de goedheid van de HEER te zien
in het land van de levenden?
14 Wacht op de HEER,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de HEER.


Preek
Herinnert u zich dat verhaal dat Lucas vertelt over de twaalfjarige Jezus, Die per ongeluk op de jaarlijkse pelgrimsreis achtergelaten werd in Jeruzalem? Jeruzalem, in die tijd met zo'n 80.000 inwoners één van de grootste steden in het Midden-Oosten, waar zo'n 100.000 bezoekers tijdens de feestdagen bijkwamen. Daaronder een twaalfjarige Jongen uit Nazareth, zo’n 100 km naar het noorden. Wat heeft Hij Zijn ogen uitgekeken!

Het begint al op het moment dat Hij hier met de andere pelgrims over de zuidelijke flank van de Olijfberg, met de opkomende zon in zijn rug, Jeruzalem ziet. De stralen van de zon schitteren nu op de gouden koepel van de moskee. In die dagen stond daar de tempel, even groot, even schitterend. Hier links: de grote begraafplaats van Jeruzalem. Rechts: uitgestrekte olijfgaarden, waaronder Getsemané. Daartegenover, aan de andere kant van het Kidrondal, de muren van het tempelplein. Daar stond de tempel van Herodes, een prestigeproject waar 26 jaar aan gewerkt was. De twaalfjarige Jezus deelde de opgang naar Jeruzalem met af en aan rijdende ossenwagens beladen met kalkstenen andere bouwmaterialen, met brandhout voor de altaren, met voedsel en met andere koopwaar. Het geschreeuw van timmerlieden en Romeinse ruiters, het geblaat van offerdieren, het geroep van marktkooplui, alles komt op Hem af. Hij ziet het, Hij voelt het, precies zoals elke andere twaalfjarige jongen zoiets meemaakt.

Het verhaal laat ons Jezus zien, in de eerste plaats, als een heel gewone Jongen. Met heel gewone ouders, die Hem uit het oog verloren hebben. Die eerst denken: ach, Hij komt wel weer terecht, Hij is tenslotte al 12 jaar oud, maar die dan toch ongerust worden en reageren zoals elke ouder doet. Wanneer ze Hem eindelijk vinden, komt de opluchting en de bezorgdheid eruit met boze woorden: Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar Je gezocht! En Jezus? Hij reageert zoals elke puber doet: je hoefde je toch geen zorgen te maken? Je had toch kunnen weten waar Ik zat? Hij heeft er helemaal geen rekening mee gehouden, Zich niet ingeleefd in wat er door zijn ouders heen zou gaan. Nee, dat is geen zonde. Als een twaalfjarige jongen zo reageert, dan hoort dat gewoon bij zijn leeftijd. Hij is nog veel te hard bezig zichzelf te ontdekken. Heel gewoon. Zo laat de Bijbel ons Jezus zien. Zoals de Bijbel zegt: Hij heeft gehoorzaamheid geleerd, Hij is in elk opzicht aan ons gelijk geworden.

Maar deze heel gewone Jongen is, op de ontdekkingsreis van zijn leven, erachter gekomen dat Hij tegelijk een heel bijzondere Jongen was. Altijd één van ons, maar toch ook met een heel andere bestemming. Er kan oneindig veel meer van Hem verwacht worden, door zijn ouders, door ons en door Degene Die had gezegd: Ik ben Je Vader en Jij bent Mijn Zoon, Ik heb Je vandaag verwekt! Want waar ontdekten Jozef en Maria Hem? In de tempel. Tussen de leraren van Israël, terwijl Hij naar hen luisterde en hun vragen stelden en allen die Hem hoorden stonden versteld van Zijn inzicht en Zijn antwoorden. ‘Wist u niet dat Ik in het huis van Mijn Vader moest zijn?’, is wat Hij tegen Zijn ouders zegt. Lucas voegt daaraan toe: en ze begrepen Hem niet. Deze Puber, deze twaalfjarige Jongen, had een inzicht ontwikkeld, waar zelfs Zijn ouders - die nota bene van engelen zelf gehoord hadden Wie hun Zoon zou zijn – niet bij konden.

Waar heeft Jezus dat inzicht ontwikkeld? Ik ben ervan overtuigd dat het hier was. In de Bijbel. Dat het op een heel bijzondere manier gebeurd is in de psalmen. Ook Psalm 27. Later vertelt Lucas ons iets over hoe Jezus aan twee van zijn leerlingen, de Emmaüsgangers, verklaarde wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond. In het verhaal van het vermiste kind laat Lucas ons zien hoe dat gegaan was. Door de kracht van de Heilige Geest die Hem verwekt had en die Hem als volwassen man zal vervullen, is bij Jezus een besef gegroeid: hé, dit gaat over Mij! Deze psalm is op een heel bijzondere manier Mijn psalm. Deze psalm zegt iets over de weg die Ik moet gaan en over het vertrouwen waarin Ik dat ook aan zal kunnen.

Lees Psalm 27 maar eens mee met in gedachten dat Jongetje van 12. De Heer is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de Heer is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn? Waarom zijn deze woorden waar voor ons? Omdat wij ze door Jezus Christus heen mogen horen! Toen bij Hem het besef begon te groeien wat Zijn loodzware bestemming zou zijn, vonden deze woorden weerklank in Zijn nog onzekere puberhart. Terwijl andere jongens en meisjes onbezorgd genoten van het avontuur van Jeruzalem, leerde Hij voelen wat het betekent om te bidden: ik vraag aan de Heer een ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de Heer te aanschouwen, hem te ontmoeten in zijn tempel. Sterker dan de vertrouwde nabijheid van Zijn vader en moeder, sterker ook dan de bezorgdheid waarmee zij Hem zochten en riepen, herkende Hij in deze psalm een stem die tegen Hem zei: Mijn Kind, zoek Mijn nabijheid! Daarom zat Hij daar, tussen de leraren van Israël, luisterend en vragend en inzichten uitwisselend en antwoordend. Wist u niet dat Ik in het huis van Mijn Vader moest zijn? In Zijn nabijheid? Bij Hem Die de bestemming van Mijn leven is? Mijn hart zegt U na: Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken!

Indrukwekkend vind ik het om hier aan te denken. Een Jongetje van 12, een puber, begint Zijn leven te richten op de grote bestemming die Zijn Vader in de hemel Hem aanwijst. Zijn vader en moeder op aarde, Jozef en Maria, raken dit twaalfjarig kind kwijt. Maar het sterven en de opstanding van de volwassen Man zal redding voor de hele wereld betekenen.

Jij, u, mag in deze Jezus geloven. Hij die de diepte van Psalm 27 heeft leren peilen, geeft jou het recht om deze psalm jouw psalm te laten zijn. Om onder het luisteren of het zingen te ervaren dat God er is. Bij je en voor je. Je hoeft niet bang te zijn. Al woedt er een oorlog tegen je, al schudt je wereld op zijn grondvesten, nog mag je jezelf veilig weten. Al verlaten je vader en je moeder je, de Heer neemt je liefdevol aan. Je mag verwachten de goedheid van de Heer te zien in het land van de levenden. Zoek Mijn nabijheid, nodigt Hij je uit, en jij mag antwoordden uit volle overtuiging: Uw nabijheid Heer wil ik zoeken. In Jezus’ naam. Amen!

Slotwoord
Psalm 91
11 Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen,
die over je waken waar je ook gaat.
12 Hun handen zullen je dragen,
je voet zul je niet stoten aan een steen.

Nummeri 6
24 “Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
25 moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
26 moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.”

reageerReageer op deze uitzending



terug


omhoog