| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
7 februari 2010, 17.02
HET KAN NIET OP!
Kerkdienst van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Bunschoten
ds. H. Peet
http://www.cgkbunschoten.nl
bestel informatie
reageren? - (1)
bijbeltekst: Mattheüs 15:21-39
Liturgie Welkom Stil gebed Votum en groet Samenzang: De lofzang klimt uit Sions zalen (Psalm 65: 1 en 3) Schriftlezing: Matth. 15: 21 – 39 Geloofsbelijdenis Samenzang: 't Is de Heer', Wiens alvermogen (Psalm 146: 4) Gebed Samenzang: Loof Hem, die u vergunt uw zielsverlangen (Psalm 103: 3 en 7) Prediking Samenzang: Want God, de Heer', zo goed, zo mild (Psalm 84: 6) Dankgebed Samenzang: Getrouwe Heer', Gij wilt mijn goed, mijn God (Psalm 16: 3 en 6) Zegen
Gebed Trouwe en barmhartige God in de hemel, Die in Jezus Christus onze Vader wil zijn, wij komen tot U en willen U prijzen dat wij deze dienst uit Uw hand mogen ontvangen. Wij danken U dat velen via de radio met ons verbonden mogen zijn. We danken U dat U die God bent Die ons steeds weer opzoekt, Zich steeds weer in ons leven mengt. Als het van ons zou afhangen, zouden we U gauw uit het oog verliezen en U vergeten. We belijden U dat als onze schuld.
Het wonder is dat U ons niet uit het oog verliest en naar ons op zoek blijft. U toont dat vooral in de Heere Jezus Christus. In Hem kwam U naar deze wereld toe om het verlorene te zoeken en te redden. Hoewel U ons niet nodig hebt, wilt U ons niet kwijt. U wilt ons juist vinden. Mogen we hier in de kerk en thuis bij de radio ervaren dat het U vanmiddag om ons heel persoonlijk te doen is.
We bidden U of U door Uw Heilige Geest bij ons wilt zijn, zodat Uw boodschap ons echt in het hart mag raken. Laat Uw reddend evangelie ons voor het eerst of opnieuw mogen brengen tot geloof in de Heere Jezus Christus. Mag Uw Woord ons zo te machtig worden dat we erdoor worden meegenomen naar U toe. Maak het zo dat we van U niet meer los komen en ons leven in Uw hand geven. Geeft U ons het inzicht dat we zonder Uw hulp niet leven kunnen omdat we afhankelijke mensen zijn en zonder Uw genade niet leven kunnen omdat we zondige mensen zijn.
Heere, U kent ook de situatie van waaruit we luisteren. Misschien gebeuren er op dit moment mooie dingen in ons leven waar we dankbaar voor zijn. Geef dan dat we met onze dankbaarheid U ook weten te vinden. Het kan ook heel anders zijn. Misschien is het in ons leven juist heel moeilijk en weten we niet meer hoe het verder moet. Mogen we dan in deze dienst door U bemoedigd worden en ontdekken dat U wegen schept waar wij ze niet zien.
Laten we diep mogen beseffen dat de Heere Jezus in deze dienst met wijd geopende armen op ons toekomt. Ja, dat Hij het is bij wie het niet op kan, juist als het bij ons op is. Geef ons hier in de kerk en thuis bij de radio het vertrouwen dat onze nood nooit zo groot kan zijn dat Hij die niet zou kunnen lenigen. Dat Zijn overvloed altijd groter is dan ons gebrek. Leer ons geloven dat er bij Hem vergeving is voor onze zonden en genezing voor onze wonden. Hoort U ons gebed om Jezus’ wil uit genade alleen. Amen.
Schriftlezing: Matth. 15: 21 – 39 21 En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon. 22 En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten. 23 Doch Hij antwoordde haar niet één woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na. 24 Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls. 25 En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij! 26 Doch Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen. 27 En zij zeide: Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel van hun heren. 28 Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure. 29 En Jezus van daar vertrekkende, kwam aan de zee van Galiléa, en klom op den berg, en zat daar neder. 30 En de scharen zijn tot Hem gekomen, hebbende bij zich kreupelen, blinden, stommen, lammen, en vele anderen, en wierpen ze voor de voeten van Jezus; en Hij genas dezelve. 31 Alzo dat de scharen zich verwonderden, ziende de stommen sprekende, de lammen gezond, de kreupelen wandelende, en de blinden ziende; en zij verheerlijkten den God Israëls. 32 En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken. 33 En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen?34 En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes. 35 En Hij gebood de scharen neder te zitten op de aarde. 36 En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare. 37 En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden. 38 En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen. 39 En de scharen van Zich gelaten hebbende, ging Hij in het schip, en kwam in de landpalen van Magdala.
Preek Er kunnen perioden in ons leven zijn dat je denkt: het kan niet op! We denken het vaak in tijden van ongekende economische groei. Dan lijkt het alsof de bomen tot in de hemel groeien. Totdat een economische crisis ons weer met beide benen op de grond zet. Het kan niet op. Zo hebben we lange tijd gedacht als het gaat om onze natuurlijke hulpbronnen. Maar ja, het wordt ons nu wel duidelijk dat een olieveld of een gasbel ook niet onuitputtelijk is.
Ook in ons persoonlijk leven denken we het soms: het kan niet op. We maken carrière, het geluk lacht ons toe: we hebben een lieve partner, een paar fijne kinderen, een aardige duit om te besteden… En dan blijkt het toch op te kunnen. Die vreselijke ziekte, die relatie die stukloopt, zorgen om je kinderen. En dan? Ach, onze verwachtingen bleken te hoog gespannen. Als het erop aan komt is er maar Één bij wie het echt niet op kan en dat is de Heere Jezus. Mattheüs 15 laat ons dat zien. Daar geeft Jezus aan duizenden te eten en dat nog wel in de woestijn. Zelfs als het bij ons helemaal op is, geldt dat niet voor Hem!
Mattheüs vertelt over het broodwonder vlak na Jezus’ ontmoeting met de Kananese vrouw. Tijdens die ontmoeting gaat het ook over brood. Jezus heeft de wijk genomen naar het buitenland, naar heidens gebied. Hij heeft behoefte aan rust. Maar ook daar wordt Hij niet met rust gelaten. Een Kananese vrouw zoek genezing voor haar dochtertje. Ze had bij geruchte vernomen van Zijn wonderen en nu Jezus in de buurt is, grijpt ze haar kans. Maar hoe ze ook roept om Jezus’ ontferming, Hij laat haar in de kou staan. Jezus zegt haar: Ik ben gekomen voor Israël en daar hoor jij niet bij. Ik heb geen opdracht om jou te helpen. Maar de vrouw geeft het niet op. Dan zegt Jezus: je kunt toch het brood dat voor de kinderen (voor Israël) bestemd is niet aan de hondjes (de heidenen) geven. Haar antwoord is gevat. Wat de Farizeeën nooit lukte, Jezus te pakken op zijn eigen woorden, krijgt deze vrouw wel voor elkaar. Ze zegt: laat mij dan maar een hondje wezen. Laat mij dan maar een van de tafel gevallen brokje oppeuzelen. Daar heeft zelfs Jezus niet van terug. Het brokje brood wordt haar toegeworpen en haar dochtertje is genezen. Op die gebeurtenis sluit het broodwonder direct aan. Bij het genezingswonder werd al duidelijk: Jezus heeft ook brood voor een heidense vrouw. Nu blijkt: niet alleen voor die ene heidense vrouw. Het kan ook voor heidenen niet op. Dit wonder vindt, zoals uit een ander evangelie blijkt, plaats in de Dekapolis, een gebied bij het meer van Galilea waar vooral heidenen woonden. Juist daar verricht Hij het broodwonder. Al begint Jezus’ roeping bij Israël, daar houdt het niet op. Ook de heidenwereld heeft Hij met Zijn ontferming op het oog.
Nee, Jezus toont dat niet alleen in het broodwonder. Al dagen achtereen doet Jezus het ene na het andere wonder in het gebied van de Dekapolis. Nu merk je niks meer van de terughoudendheid zoals bij de Kananese. Nu Jezus blijkt te kunnen genezen, worden alle zieken als een magneet naar Hem toegetrokken. Nooit hoeft Jezus te zeggen: Ik kan niks voor je doen. Na genezen te zijn, vertrekken de mensen niet, ze blijven hangen. Ze komen ogen te kort: rond Jezus begint het weer te lijken op het verloren paradijs. Ze komen oren te kort. Ademloos luisteren ze naar de helende woorden die er over Zijn lippen komen. Ze vergeten alles, zelfs hun maag die om eten begint te vragen.
Zij mogen het dan vergeten, het mooie in deze geschiedenis is dat Jezus het niet vergeet. De Heiland beseft dat het nu na drie dagen wel eens tijd wordt op te breken. Nee, het hoeft voor de mensen hier geen vraag meer te zijn wie Jezus is en wat Hij doet. Hij kan de mensen dan ook met een gerust hart huiswaarts sturen. Hoewel? De mensen zijn zo verzwakt, hebben de laatste dagen zo weinig binnen gekregen dat ze onderweg bezwijken als ze niet eerst wat eten krijgen. Dat mag niet gebeuren. Dat kan Jezus niet over Zijn hart verkrijgen!
Jezus zegt tegen Zijn discipelen (vers 32): Ik ben innerlijk met ontferming bewogen over de schare. Hij ziet al die mensen met hun lege maag, kwetsbare mensen. Hij ziet ze als mensen van vlees en bloed; en u begrijpt: dat is iets heel anders dan stortbeton. Hij ziet dat ze niet meer kunnen. Geen mens maakt er aan Jezus’ adres een opmerking. Zo gek zou dat niet geweest zijn. Jezus had al eerder eens een vergelijkbaar wonder gedaan. Voor de mensen met hun nood voor de dag komen, heeft Hij hun nood al gezien. Jezus blijkt een goede Verstaander… Ja, die nood raakt Hem tot in het diepst van Zijn hart. Het grijpt Hem aan. Die hongerende mensen zetten een kerf in Zijn ziel. Hij moet en zal hier iets aan doen. Het is bij deze mensen op en dat mag niet zo blijven. Wie durft nu nog te beweren dat Jezus een hart van steen heeft? Juist de nood van de schare maakt de ontferming van Jezus wakker.
Zo is de Heere Jezus nog. Ik ken uiteraard de situatie niet van waaruit u luistert. Het kan zomaar zijn dat u het eigenlijk helemaal niet meer ziet. U zegt: ik weet eigenlijk niet meer hoe het verder moet. Ik heb het gevoel dat alles op bezwijken staat. Misschien zit u of jij wel boordevol vragen naar God toe. Je kunt er geen touw aan vastknopen. Het is op en je ziet het niet meer. Maar dan herinnert deze geschiedenis ons eraan dat wij ook nog een keer gezien worden. Dat er een Heiland is Die ons aanziet en dat allang voor wij in onze nood naar Hem vragen. Hij is al ons vragen met Zijn liefdevolle en zorgzame blik voor.
O ja, wij verliezen Hem zo gemakkelijk uit het oog, juist als we door ingrijpende gebeurtenissen in verwarring zijn. Maar ook dan verliest Hij ons niet uit het oog. We zijn zo lamgeslagen dat Hij niet meer in het middelpunt van onze gedachten is, maar ook dan zijn wij nog in het middelpunt van Zijn gedachten. Ook als de gebeurtenissen al onze aandacht opeisen en wij niet weten wat we ervan denken moeten, is Hij één en al aandacht. Nee, dat is niet de blik van een afstandelijke toeschouwer. Dat zijn de ogen van Hem Die zo werd aangegrepen door onze nood dat Hij niet langer in de hemel kon blijven maar naar de aarde kwam. Het zijn ogen die worden aangestuurd door een hart dat met barmhartigheid bewogen is. Inderdaad, dit is liefde die van één kant komt. Ik wórd gezien, juist als ik door de woestijn trek…
De Heere Jezus betrekt met opzet Zijn discipelen in Zijn zorg voor de schare. Nu Hij de mensen te eten wil geven, wil Hij dat niet doen buiten hen om. Wonderlijk eigenlijk. Hij Die gezegd heeft: zonder Mij kunt gij niets doen, wil hier zonder Zijn discipelen niks doen. Het brengt de discipelen in verlegenheid. Ze zeggen: Waar moeten wij hier in de woestijn brood vandaan halen? Er zit hier echt geen bakker om de hoek. Beschamend dat ze dit zeggen. Kort geleden hadden ze ook een broodwonder meegemaakt. Vanwaar? Beste discipelen, het antwoord op die vraag kan alleen Jezus zijn. Dat zouden jullie moeten snappen. Breng het weinige dat jullie hebben maar bij Hem en dan zul je eens zien wat er gebeurt. Maar het wil ze maar niet te binnen schieten…
Herkenbaar, vindt u niet, luisteraar? Als we in de ene noodsituatie verrassend door Hem geholpen zijn, vergeten we dat toch vaak weer gauw. In een nieuwe noodsituatie raken we weer in paniek alsof we helemaal nog geen ervaring hebben met Zijn hulp. We verkijken ons op de nood en denken te klein van de Heiland. We rekenen er niet mee dat er geen grenzen zijn aan Zijn macht. Dat Jezus een Heiland is Die in Zijn trouw redt, keer op keer. Wat hebben we er vaak weinig oog voor dat het bij Jezus niet op kan en hebben het zo veel moeilijker dan nodig zou zijn.
Evenals bij het eerste broodwonder vraagt Jezus ook nu hoeveel ze hebben. Het blijken zeven broden en enkele visjes te zijn. Veel te weinig denken wij… Dat had u gedacht! Het is meer dan genoeg. Ziet u de broodjes daar liggen aan de voeten van Jezus? Het stelt nauwelijks iets voor tegenover de duizenden die zich rondom Hem verzameld hebben. Terwijl er zo weinig voor handen is, nodigt Jezus al die duizenden aan tafel. Jezus goddelijke handen zijn er ook nog. Ze moeten dan toch maar op de grond gaan zitten, gereed voor de maaltijd.
Iedereen is het duidelijk: er gaat gegeten worden. Maar waarvan? Van die paar broodjes en visjes aan de voeten van Jezus? Ja, van die paar broodjes en visjes. Als Gastheer dankt Jezus voor de gaven van Zijn hemelse Vader en begint ervan te delen. Onder de zegenende handen van de Heiland vermenigvuldigen het brood en de vis zich. Er komt maar geen eind aan. Nota bene in de woestijn en toch: het kan niet op. De discipelen houden hun lege broodmand aan Jezus voor. Die vult hem door het brood te breken en als de mand vol is, wordt ervan gedeeld. Is de mand leeg, dan dient de discipel zich weer bij de Heere Jezus aan en zo gaat het maar door.
Deze Jezus leeft vandaag nog, luisteraar! De Heiland beschikt ook vandaag nog over middelen waaraan ik nooit gedacht heb. Ook als ik denk: nu is het over en uit, nu moet ik het opgeven, is er voor de Heere Jezus nog redden aan. Ik mag net als de discipelen me bij Jezus melden met mijn lege broodmandje. Kom er mee voor de dag: Ik dacht dat het niet op kon, dat ik de hele wereld aan kon, maar ik zat ernaast. Het is op en er is voor mij ook geen redden meer aan. Heere Jezus, nu moet ik door Uw ontferming gered worden en anders is het verloren.
Nee, je hoeft jezelf niet op te poetsen, niet mooier te maken dan je bent, jezelf niet te bewijzen. Kom maar als een mens die het voor honderd procent van Jezus’ ontferming moet hebben. Misschien hebt u wel een hele tijd gedacht dat u het zelf wel kon, maar bent u ermee vastgelopen. Ik houd mijn hoofd niet boven water, ik kan niet alles aan, kwetsbaar mens als ik ben. De Heiland blijkt mogelijkheden te hebben waar ik nooit aan gedacht had. Die paar broodjes en visjes: Jezus doet er onvoorstelbare grote dingen mee. Hij is namelijk Gods eigen Zoon en zo redt Hij goddelijk wonderbaar! Niets is Hem te wonderlijk.
Komt dan altijd alles op zijn pootjes terecht, wordt dan elk probleem opgelost, elke pijn verzacht, elke kwaal genezen? Als ik dat zou zeggen, beloof ik u meer dan de Bijbel u belooft. Dat mag ik niet doen. Het mag ons in dit verband wel te denken geven dat Jezus het brood meer maakt door het te breken. Dat mag te denken geven. Al brekend vermenigvuldigt Jezus het. Het is een wonderlijke regel in het Koninkrijk van God. Je zult het leven behouden door het te verliezen. Later zal Jezus zeggen: indien de graankorrel in de aarde niet valt en sterft, draagt het geen vrucht. Wonderlijk genoeg mag ik ontdekken dat het bij Jezus niet op kan, juist als ik overal doorheen ben.
Vermenigvuldiging brengt Jezus in ons leven vaak tot stand door ons te breken. Uiteraard, dat is heel moeilijk voor ons. Wij houden alles en zeker ons bestaan het liefst heel. We willen niet gebroken worden. Graag zien we dat tegenslagen onze deur voorbij gaan. Als Jezus dan op mij toekomt en als het ware de reep brood van mijn leven neemt om het te breken, dan deins ik daarvoor terug, dan zeg ik: Heere Jezus, niet doen! Maar soms doet de Heiland dat juist wel. Dan word ik wel gebroken en wat doet het een pijn! Alleen vergeet dan één ding niet. Ook dan, ja juist dan, ben ik in de handen van Jezus. Juist dan zijn de handen van de Heiland om mijn leven. Geborgen in Zijn ontferming.
En dan blijkt – soms pas na een hele tijd – dat het breken leidt tot vermenigvuldiging. Dat God die moeilijke weg gebruikt om me rijker te maken. Juist in de gebrokenheid leer ik wat ik aan God hebben mag, wat ik aan Zijn genade hebben mag, wat je aan mensen om je heen hebben mag. Juist rondom moeite en verdriet gebeuren vaak hele mooie dingen. Daar komen mensen dicht bij elkaar, daar gaan mensen vaak de meest wezenlijke vragen van het leven stellen, daar gaan we ontdekken dat we echt helemaal op Gods ontferming aangewezen zijn. Het drijft ons ondanks alle vragen in Gods armen. Juist op die momenten ontdek ik waar het in het leven echt om gaat. O ja, wij houden meer van het gestroomlijnde leven en dat is heel begrijpelijk. Toch gaat God met u en mij soms een andere weg. Dan breekt Hij ons. We houden zo weinig over dat we alleen aan de Heere nog genoeg hebben. Hij leert ons juist zo te leven van Zijn wonderen. Zo mag ik ontdekken dat er bij Hem zelfs in de woestijn nog overvloed is. Ik zou het met een ander Bijbels beeld ook zo kunnen zeggen: juist door ons te snoeien gaan we meer vrucht dragen. Een moeilijke les, maar je wordt er rijker van!
Dit is niet altijd gemakkelijk te accepteren. Ons protest verstomt als we ontdekken hoe de Heiland Zelf aan het kruis gebroken werd. Aan de vooravond van Zijn sterven heeft Hij daarover beeldend gesproken bij het Avondmaal. Toen nam de Heere Jezus net als hier het brood en brak Hij het. Toen zei Hij: dit is mijn lichaam. Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt. Verwijzing naar het kruis. Daar werd Zijn lichaam gebroken, nee en toen waren er geen handen die Hem vasthielden. Toen was Hij echt helemaal alleen, van God en mensen verlaten. We hebben er geen vermoeden van hoe diep Hij toen moest gaan. Je zou kunnen zeggen: toen was het voor Hem op. Alles was Hij kwijt, God incluis. Niemand is gebroken zoals Hij. Maar dit breken leidt tot vermenigvuldiging. Het betekent redding voor velen.
Aan het kruis blijkt dat Jezus niet alleen brood geeft, maar vooral het levensbrood wil zijn. Hij wil voor alles ons verlossen. Het grootste probleem in ons leven is niet dat er wonden zijn, al besef ik dat het heel zwaar kan drukken. Onze grootste nood is onze zonde die als een Berlijnse muur tussen ons en God instaat. Een muur die we elke dag hoger en breder maken. Er zijn niet alleen de breuken in ons eigen leven, daar is ook de breuk in de relatie met God. We hebben met God gebroken en zijn ons eigen leven gaan leiden. We hebben God uit ons leven gebannen. Zo staat er een gigantische muur tussen God en ons in.
Hoe we ook duwen en trekken, wij krijgen die muur nooit meer omver. Wij niet, maar Jezus wel. Hij werd op Golgotha gebroken om die muur te laten vallen. Hij wilde in onze plaats aansprakelijk zijn voor het kwaad dat wij op ons geweten hebben. Moet ons hart niet breken wanneer we beseffen wat we deden met het leven dat we van God kregen? Wie met zo’n gebroken hart schuld belijdt, wie zich aan deze gebroken Heiland toevertrouwt, mag door het geloof weten: de muur is gevallen. Vergeven is de schuld, weggedaan alles wat tussen God en mij instaat. Het is heel tussen God en mij. Wat ik dan misschien allemaal moet missen in mijn leven, God hoef ik niet te missen. Hier in de kerk of thuis bij de radio, u hebt gewoon geen keus. Buiten Christus is het verloren. Straks is de koek van het leven op en wie Christus niet kent, staat dan met lege handen. Een donkere eeuwigheid zonder God, voor altijd honger. Dát is het enige waar je op rekenen kan als je Jezus passeert. Maar waarom zou u dat doen, nu Hij ook u graag doet delen in zijn overvloed? Nu Hij ook u graag wil verzadigen.
U vraagt: is dat ook voor mij? Let dan eens op het slot van deze geschiedenis. Als iedereen verzadigd is, zijn er nog zeven manden over en dan moet u aan hele grote manden denken die men in de visserij gebruikte. Zeven manden!. Bij de eerste wonderbare spijziging waren het er twaalf. Dat maakte duidelijk: voor de twaalf stammen, voor heel Israël, is er genoeg. Hier zijn het zeven manden, het getal van de volheid. Het geeft aan: ook voor de heidenwereld is er genoeg. Bij Jezus kan het niet op voor Israël en voor de volken. Bij Hem is het heil in ruime mate voor handen. Jezus heeft ook voor u genoeg.
Neem een voorbeeld aan de Kananese vrouw. Ze zei: al krijg ik maar een brokje dat van de tafel gevallen is, dat is voldoende. Ze verwachtte van Jezus’ kleinste gave alles. Zijn wij net zo? Is ons hart, onze zondige eigendunk al gebroken zodat we het zelf niet meer kunnen en de Heiland nodig kregen? Juist als we zo gebroken worden, kan Jezus Zijn gave aan ons kwijt. Zo is ook dit een breken dat rijker maakt. Ga maar net als die vrouw als een hondje bedelen bij de Meester. Zeg Hem maar: ik heb alles tegen, zondig mens als ik ben, en bij mij is het helemaal op. Mag ik ook het genadebrood eten van Uw tafel? Ik red het niet. Alleen Uw ontferming kan mij redden. Dan zult u ontdekken hoe voedzaam Zijn brood is. Het is genoeg om dit leven door te komen. Het is ook genoeg voor de laatste reis. Dit brood geeft levenskracht zelfs dwars door de dood heen. Het geeft eeuwig leven. Nog deelt God dit brood rond. Wie honger heeft, kan dit brood niet laten staan. Neem en eet. Dan zult u het moeten beamen: bij Jezus kan het niet op. Amen
Gebed Getrouwe God, wij danken U dat wij Uw Woord hebben mogen horen, hier in de kerk en thuis bij de radio. Wij danken U voor het bevrijdende Evangelie dat het bij U niet op is ook als wij er helemaal doorheen zijn. Dat het bij U niet op is, ondanks die gigantische berg van zonde die tussen U en ons instaat. Wij danken U dat de Heere Jezus Zich aan het kruis liet breken om die berg op te ruimen.
Aan het kruis was het voor de Heere Jezus op. Hoe diep moest Hij gaan. Maar nu is er bij U genade in overvloed. Nu kan het niet op: er is genoeg voor een ieder. Leer ons, door het geloof, te leven uit dit wonder van Uw genade. Leer ons tot de gekruisigde Christus te vluchten en bij Hem te schuilen.
Wat een zegen dat het bij U ook niet op is als het bij ons vanwege moeite in ons leven helemaal op is, als wij niet meer kunnen. Waar wij het niet meer weten, weet U nog te zorgen en op verrassende wijze uitkomst te geven. U beschikt over mogelijkheden die wij niet zien. Ja, zelfs als wij het gevoel hebben gebroken te worden, gebruikt U dat nog om ons uiteindelijk rijker te maken.
Trouwe God, wij bidden U voor hen die al zo lang ziek zijn en steeds achteruit gaan. Wilt U dan in stilheid en vertrouwen hun kracht zijn. Ontfermt U over hen die zware behandelingen moeten ondergaan. Geef door het geloof uitzicht aan hen die ongeneeslijk ziek zijn en weten dat hun aardse levensdagen haast op zijn. Nee, zelfs dan is het bij U niet op. Dan is er het Vaderhuis met de vele woningen. Zo hoeft het meest zware lijden niet uitzichtloos te zijn. Denk ook aan hen die om deze patiënten heen staan en los moeten laten.
Wij bidden U voor hen die een groot verdriet in hun leven kennen, omdat ze onlangs een geliefde hebben verloren. Wat kan de leegte zeer doen. Wilt U sterken vanuit Uw Woord. Dat zij U niet hoeven te missen terwijl zij in hun geliefden zoveel missen.
Wij bidden U voor mensen die in de knel zitten. Er kunnen zoveel situaties zijn waardoor wij het gevoel hebben vastgelopen te zijn. Ook dan mogen we groot blijven denken van U die in zulke situaties beweging kan brengen. Wij bidden voor de ontstellende nood wereldwijd, voor hen bij wie de broodmand letterlijk leeg is en daarom honger hebben. Ook wij mogen daarvoor vandaag onze gaven geven. Heere, mogen onze gaven onder Uw zegenende handen zich vermenigvuldigen zodat er velen door geholpen worden. Bij ons zijn de manden vaak overvol, leer ons daar verantwoord mee om te gaan. Geef ons allen deel aan Uw toekomst waarin het niet op kan.
Trouwe God, we danken U dat we al deze dingen voor U neer mogen leggen. Neemt U onze dank aan en hoort U ons gebed. We vragen het u om Jezus wil uit genade alleen. Amen.
Reageer op deze uitzending
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|